Vrijstaat voor onderzoeksjournalistiek

(VillaMedia, woensdag 3 november 2010)

Omroepvoorzitter Henk Hagoort pleitte in de Volkskrant (28-09-10) voor een omroepbrede, gezamenlijke, en dus neutrale redactie die onderzoeksjournalistiek zou moeten bedrijven. Maar deze vorm van journalistiek hoort bij uitstek thuis bij de omroepverenigingen vindt Kees Schaepman. ‘Idealiter zou onderzoeksjournalistiek in een eigen Hilversumse vrijstaat ondergebracht moeten worden. Daarin kunnen verschillende omroepen samenwerken en onderzoeksprojecten ontwikkelen, met behoud van hun eigen verantwoordelijkheid en identiteit.’

Zomer 2008 overleed Gerard Legebeke, 54 jaar oud. De publieke omroep verloor die dag een van zijn beste onderzoeksjournalisten. Zonder hem, schreef Ad van Liempt, was er waarschijnlijk nooit een parlementaire enquête naar Srebrenica gehouden.

Legebeke beschikte over een diepe, ingeboren argwaan. Hij was van de school van de Amerikaanse muckraker I.F. Stone, die uitgaat van de gezonde opvatting dat overheden niet zonder leugens kunnen, en dat het aan journalisten is die leugens te ontmaskeren.

Legebeke paarde die argwaan aan het vermogen zich te laten overtuigen. Dat is een zeldzame combinatie van eigenschappen. In discussies kon hij tot ver, ver achter de komma doorzeuren over details, vaak over de irritatiegrens van zijn opponenten heen, de ogen nadenkend toegeknepen bij ieder nieuw ‘ja maar…’ of ‘u zei toch net…’.. Maar dan, als hij uiteindelijk zekerheid had verworven dat alle feiten juist waren en ook nog eens goed op een rij stonden, kon hij zijn wapenuitrusting in één keer laten vallen en, met een innemende, bijna verlegen glimlach, toegeven dat de ander gelijk had.

Legebeke werkte ruim vijftien jaar voor het radioprogramma Argos, de laatste jaren als eindredacteur. In die vijftien jaar, met talloze spraakmakende onthullingen, heeft hij nooit hoeven rectificeren. Een ridder die geen toernooi verloor. Zijn motto: ‘De waarheid, niets dan de waarheid’.

Door enkele vrienden en collega’s werd na de dood van Gerard de Stichting Legebeke Legaat opgericht. De stichting heeft tot doel onderzoeksjournalistiek te stimuleren, in het bijzonder bij de publieke omroep. Een schijnbaar dankbare doelstelling, want hoofdredacteuren, uitgevers, omroepbestuurders, politici, ja zelfs kabinetsleden: allen koesteren zij de onderzoeksjournalistiek.

Althans: met woorden. D66, toch geen partij met een overdreven waardering voor een brede publieke omroep, getuigt zelfs tot in het verkiezingsprogramma van zijn liefde voor het genre: ‘De programma’s met culturele- of nieuwswaarde, onderzoeksjournalistiek en de orkesten tot de kerntaken van een publieke omroep voor iedereen’.

Ook de baas van de publieke omroep Henk Hagoort en ex-minister Plasterk braken de afgelopen maanden een lans voor méér onderzoeksjournalistiek op radio en tv.

Zoveel applaus van zoveel prominenten – een beetje onderzoeksjournalist zou er wantrouwend van worden. En met recht.

Want zodra de waarheidsridders hun wapens op een HoogGeplaatste richten, verandert het applaus als bij toverslag in een fluitconcert. Oud-minister van Defensie Eimert van Middelkoop, ook al een verklaard liefhebber van het genre, beschuldigde Legebeke van ‘Ufo-journalistiek’ toen Argos onthulde dat Nederlandse special forces in Afghanistan buiten hun mandaatgebied hadden geopereerd. Van Middelkoops klacht bij de Raad voor de Journalistiek werd ongegrond verklaard. Toen Argos met de Afghanistan-uitzendingen een Tegel won, weigerde Van Middelkoop om Legebeke en diens collega Huub Jaspers een hand te geven. Terriërs zijn leuk, tenzij ze aan je broekspijp hangen.

De keus van een onderzoeksjournalist om zich vast te bijten in een onderwerp is uiteindelijk nooit neutraal. Zo creëert het genre onherroepelijk en voortdurend zijn eigen vijanden. Het is bij uitstek profilerende journalistiek.

Omroepvoorzitter Henk Hagoort pleitte in de Volkskrant (28-09-10) voor een omroepbrede, gezamenlijke, en dus neutrale redactie die onderzoeksjournalistiek zou moeten bedrijven. Zo’n samengaan zou noodzakelijk zijn om de kosten in de hand te houden.

Maar levert het journalistiek iets op?

In Hilversum heerst bij bestuurders het hardnekkige misverstand dat één plus één altijd twee (of meer) is. Terwijl onderzoeksredacties nu juist niet neutraal maar gedreven, klein, compact en flexibel moeten zijn om optimaal te functioneren. Het samenvoegen van, bijvoorbeeld, de redacties van Zembla, Argos en Reporter levert wel een groter, maar niet per definitie een beter team op. Onderzoeksjournalisten vormen de special forces van de journalistiek, die laat je niet opereren op regimentssterkte maar in kleine eenheden.

En onder wiens verantwoordelijkheid valt zo’n gezamenlijke redactie?

Onderzoeksjournalistiek hoort thuis bij de omroepverenigingen en in ieder geval niet bij de NOS, die bij wet tot onpartijdigheid is gehouden en daardoor kwetsbaar is voor kritiek en, erger nog, inmenging uit Den Haag.

Nu heb ik helaas ook weinig fiducie in het journalistieke inzicht en de goede wil van de voorzitters en directies van omroepverenigingen, zeker als het om gezamenlijke zaken gaat. Wat van iedereen is, blijkt in de praktijk al snel van niemand te zijn.

Idealiter zou onderzoeksjournalistiek in een eigen Hilversumse vrijstaat ondergebracht moeten worden, een Gallisch dorp vrij van Roomse invloeden. Daarin kunnen verschillende omroepen samenwerken en onderzoeksprojecten ontwikkelen, met behoud van hun eigen verantwoordelijkheid en identiteit. Zelfs dan zou zo’n vrijstaat nog dagelijks voor het behoud van die autonomie moeten vechten. Want onderzoeksjournalistiek is, ondanks alle verbaal betuigde liefde, bij uitstek bedreigde journalistiek. Het is duur en het bijt – wie wil zo’n waakhond in zijn omgeving hebben?

Een onderzoeksredactie heeft allereerst een gegarandeerd budget nodig, plus een stevig redactiestatuut als buffer tegen opdringerige managers. En een breedgeschouderde chef, geen manager, die zijn dorp beschermt tegen indringers en bemoeizucht van buitenstaanders, en die binnen de beschermende palissade duizend bloemen durft te laten bloeien.

Hagoort kan, ook in Den Haag, vechten voor een eigenzinnig, geoormerkt budget. Dat valt volledig onder zijn verantwoordelijkheid. En daarmee kan hij aantonen hoeveel de liefde van omroepbestuurders en politici voor onderzoeksjournalistiek in de praktijk waard is. Het is vervolgens aan de omroepverenigingen om hun gezicht en hun lef te tonen bij het delegeren van een stukje van hun macht aan een vrijstaat. En om de aanvoerder van dat Gallisch dorp een ruime vrijheid van handelen te geven.

Kees Schaepman is bestuurslid van de Stichting Legebeke Legaat.

Op zaterdag 20 november zal op het VVOJ congres in Gent de jaarlijkse lezing van het Legebeke Legaat plaats hebben om 10.30 uur. Met Joris Voorhoeve (ex-minster van Defensie) en Florence Hartmann.

Het ruikt naar banketletters, speculaas en marsepein

Op het documentairefestival IDFA zag ik een aansprekende, adembenemend grappige film over de beste patissiers van Frankrijk. Die het predikaat Meilleur Ouvrier de France -de beste banketbakker- willen verwerven. Daar moest ik over schrijven! Dezer dagen hangt de geur van speculaas en boterletters toch al om mijn hoofd. Al slaapt dit banketbakkerskind niet meer boven de bakkerij. Blij met zes goede banketbakkers in de stad ben ik wel!

Maar de stormachtige dag erna kwam ik in De Uithof op een bijeenkomst van onderzoeksjournalisten terecht. Die zien zichzelf graag als de ‘waakhonden van onze democratie’. Ik hou van hun werk. En in het diepst van mijn gedachten ben ik er zelf ook zo een. Zou dit mijn voornemen om over marsepein te schrijven, doorkruisen? Ging de beschrijving van de vergankelijke schoonheid van bruidstaarten, chocolade-sculpturen en suikerkristallen bloemen over de rand vallen?
De journalisten bespraken de Commissie Davids, die de Nederlandse militaire betrokkenheid bij de oorlog in Irak onderzoekt. Die commissie kwam er door de niet aflatende inzet van onderzoeksjournalisten. De bewondering voor deze collega’s nam, gaande de bijeenkomst, toe. Van de researchredactie van RTL-Nieuws was Roel Geeraedts aanwezig. Die ons later die zaterdag informeerde over de bedragen die politievrouw Miriam Barendse als interim-manager betaald krijgt: 180 euro per uur. Barendse werkte bijna twintig jaar bij de Utrechtse politie. Haar leermeesters zijn Peter Vogelzang en Stoffel Heijsman. Veel management-wol, weinig inhoud. In deze krant las ik het bericht over Jeremy Rifkin. De provincie Utrecht besloot deze puntsnor-dragende Amerikaanse econoom als adviseur aan te trekken. Voor een lezing vraagt Rifkin: $$$$. Vier dollartekentjes? Ze symboliseren: 25.000 tot 40.000 dollar. Voor één lezing! Mocht u hem binnenkort ergens in het Utrechtse ontmoeten, hou die bedragen in uw achterhoofd. Hij wordt betaald van onze centen! De NOS Journaal-onderzoeksredactie meldde dat drie grote Utrechtse woningbouwcoöperaties gigantische verliezen leden. Terwijl de top zichzelf uitstekend betaalde.

Het voornemen taart en speculaas te beschrijven, stel ik uit. Tot kerstmis. Wanneer de geur en smaak van amandelspijs, kerstkrans-koekjes en tulband-cakes om mijn hoofd hangen!

Column Ko Colijn

Ik weet dat onderzoeksjournalistiek niet hetzelfde is als onthullingsjournalistiek. Maar toch worden ze vaak door elkaar gehaald, en dat is niet onlogisch. Goed onderzoek leidt ook vaak tot onthullingen, wie diep graaft ont-dekt, letterlijk. Het omgekeerde is niet vanzelfsprekend, onthullingen hoeven niet per se het resultaat van goed onderzoek te zijn – een leuk contact volstaat al. Helaas blijkt snelheid soms een valkuil te zijn: de ‘onthulling’ kan een snelle misser zijn. De scoop die de harten van de journalist doet kloppen mocht niet kapotgecheckt worden, dreigde naar een andere krant of zender te gaan, werd ingehaald door de actualiteit, je kreeg hem net niet voor de deadline door die voorlichter bevestigd hoewel je er 300% zeker van was, ach u kent al die drama’s wel uit eigen ervaring.
Ik wil het nu hebben over twee bijzondere krachten in de onderzoeksjournalistiek , special forces in het vak, zou je kunnen zeggen.

Verschijning één van die special forces, is de journalistieke versie van de self-fullfilling prophecy. Er is geen affaire, je denkt dat er iets is en je gaat erover schrijven, dus het wòrdt een affaire. Je concludeert dat een bank er slecht voor staat, terecht of niet, en je krijgt altijd gelijk want de spaarders raken in paniek en hollen naar die bank. Het lijkt een journalistieke loterij met alleen maar prijzen, schieten is raken. Maar dat is natuurlijk zeer betrekkelijk. Eigenlijk is het een ondankbaar, beetje roemloos segment uit het journalistieke onderzoeksveld. Zelfs als je het bij het rechte eind had, wordt je eeuwig nagedragen dat je de boel hebt gemanipuleerd, en bewijs het tegendeel maar eens. Daar wil ik het nu verder niet over hebben. Bij lichten van de onderste tegel in het Irak-onderzoek zal ze ook geen grote rol spelen, al zou je kunnen zeggen dat het vaak genoeg noemen van een parlementaire enquete als deel 2 (deel-1 = commissie Davids) van deze exercitie genoeg is om hem ook werkelijk af te dwingen.

Een van de eigenaardigste, kwellendste dilemma’s van de journalist, variant 2 van de special forces, is het tragische fenomeen van de onthulling die eigenlijk nooit gepubliceerd kàn worden, omdat hij zichzelf om zeep helpt. Na wekenlang spitten en graven en opzichtig checken heb je iets ontdekt, dat vervolgens niet doorgaat omdàt je het wereldkundig maakt. Het wordt meteen toegedekt, het wordt ontkend, gedemonteerd voordat het bestaat, er wordt een draai aan gegeven, het bericht blaast zichzelf op. Ik denk aan het aankondigen van de terreuraanslag, morgen, op een groot vliegveld, of het roven van de Nachtwacht, vanavond uit het Rijksmuseum. Je kunt het nooit bewijzen, maar juist jouw onthulling zal de loop van de geschiedenis een heel klein beetje verleggen. Maar wel een heel klein beetje beslissend, want je triggert het niet-doorgaan. Daar sta je dan, briljant met lege handen.
Toen de Amerikaanse journalisten er afgelopen zomer (vlak nadat Noord Korea zijn tweede kernproef had gedaan en het met oorlog had gedreigd als zijn schepen onderschept zouden worden) achter kwamen dat er een Noordkoreaans schip met raketten onderweg was naar Birma, geschaduwd door het Amerikaanse oorlogsschip John McCain, keerde dat schip subiet om en ging een kleine Cubacrisis niet door. Deze categorie onderzoek is roemvol, maar tragisch, want schrijft zichzelf weg naar het rijk der fantastische-niet-gebeurde dingen. En had je ze niet gepubliceerd, dan waren die Cuba-crisisjes natuurlijk wel doorgegaan - maar dan sta je ook met lege handen omdat je nooit kunt bewijzen dàt je het al wist. Het journalistieke broertje van de self denying prophecy. Het fenomeen bewijst dat het cliché ‘niet geschoten altijd mis’ maar een halve waarheid is. Eigenlijk nog minder dan dat. Wel geschoten is mis, en niet geschoten had raak kunnen raak zijn maar daar krijg je geen punten voor. Jammer.
Het valt makkelijk te illustreren aan de hand van de Commisie Davids.
Stel ik ben helemaal op de hoogte van het concept-rapport van de commissie, dat u allemaal pas op 12 januari te zien zult krijgen. Het zit in mijn binnenzak. Ik zit met het levensgrote dilemma dat ik weet dat er iets heel interessants over onze huidige minister-president in staat. 't Is niet voor niks dat hij naar Brussel wilde, en dat de publicatie van dat rapport werd uitgesteld van 1 november tot begin 2010! Davids concludeert straks dat onze premier best wel naïef was en -met de beste bedoelingen overigens- zwaar onder de indruk was van de ambiance waarin de Grote Wereldpolitiek destijds op hem inpraatte. ‘Jen Peter, believe us, we need your support, die massavernietigingswapens liggen er wel. Serious consequences, dat is enough om een oorlog te beginnen’. Als ik dat nu prijs geef aan de openbaarheid wordt het glashard ontkend en staat het straks glashard niet in dat rapport. Ik sta voor gek, of met lege handen, want ik moet natuurlijk ook mijn bron beschermen. De enige manier waarop mijn onthulling, die ik hier nu niet officieel uitspreek, werkelijkheid wordt is door hem niet te onthullen. Dat doe ik hier dus nadrukkelijk niet.
Een ander voorbeeld betreft de rol van onze inlichtingendiensten. Als ik hier nu zou beweren dat Davids straks concludeert dat ze wel erg makkelijk de rapporten van de Britse en Amerikaanse zusterdiensten overschreven, dan komt dat er in ieder geval in die formulering niet in.
Als we nu ontdekken dat Nederland militair een beetje meedeed, zal dàt feit niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden, maar Defensie kan altijd een hoop mist veroorzaken door te zeggen dat er zeker vier militaire operaties gelijktijdig plaatsvonden: Enduring Freedom (door VS geleide gelegenheidscoalitie tegen het terrorisme, in het bijzonder Afghanistan en de Arabische Golf), Active Endeavour (Navo vlootoperatie tegen terrorisme), Navo-bondgenootschappelijke operaties (bescherming Turkije tegen evt. acties van Saddam Hoessein) en OIF (de Amerikaans-Britse inval in Irak).
Ik ben zo wantrouwig als de pest, ik wil wel geloven dat hier een schitterend balletje-balletje-spel gespeeld kan worden met de waarheid. Ik geloof dat veel van die afkortingen zelfs heel handig zijn voor het naar believen etiketteren van de waarheid.

Wat moet de onderzoeksjournalist doen om zich niet in dat spel te laten meeslepen? Hij gaat verloren als hij zich vastklampt aan één van die afkortingen, gokt op een van de plaatsen waar dat balletje ligt maar net werd verplaatst. Geduld moet zijn strategie zijn. Nóg beter onderzoek doen is natuurlijk het meest voor de handliggende antwoord. Het spijkerharde bewijs leveren dat hij weet wat de waarheid is en waar die ligt. Of twee, aantonen dàt het spelletje gespeeld wordt. Dat de waarheid, die je misschien niet kent, steeds wordt verschoven, razendsnel, als het moet. Het memo waaruit blijkt dat er eigenlijk geen verschil is tussen, zeg maar een Amerikaanse soldaat die aan de ene kant van de Baloechivallei actief terroristen opjaagt in het kader van OEF, en de Nederlandse soldaat die hem aan de andere kant van de vallei ‘passief’ opwacht om hem in het beperktere mandaat van ISAF aan te pakken. Zo ging dat, in 2006. Er zijn duizenden varianten van dit spelletje, van kolonel Blom in Qatar, tot de Walrus die in de Perzische Golf ligt te luisteren, of voor mijn part de atoombom die ergens in Nederland Amerikaans ligt te wezen en onder het NPT valt, maar als er oorlog is even Nederlands wordt want dan geldt het NPT ineens niet meer.
En de derde mogelijkheid lijkt me, voor de onderzoeksjournalist, om zelf een intelligent tegenkat-en-muisspel te spelen. Het is niet altijd mogelijk om de waarheid te achterhalen, het schuifspelletje aan te tonen, maar soms kan de waarheid niet anders dan zichzelf overgeven. Stel de vragen, maak de analyse, leg de situatie zo uit dat de overheid geen andere keus heeft dan die tegel zelf te lichten – is dat niet wat het aanhoudende spel rond de Irak-oorlog uiteindelijk tot instelling van de cie-Davids heeft doen leiden, en wellicht meer? De waarheid is een lastige prooi, maar ze is een begeerlijke bondgenote, want ze wil –Enduring Freedom voor de Onderzoeksjournalistiek- uiteindelijk graag worden veroverd.

Syndicate content